← Archief 2020

Week 13

Week 13 · 23 mrt – 29 mrt 2020 · 3 uitspraken

Boek 2 BW (3)

  • Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 27 maart 2020

    Bezoldiging bestuurder: Imeko-regel en afzonderlijke functie als vestigingsmanager

    • Aansprakelijkheid afgewezen
    • Overig Boek 2
    • Besluitvorming en vernietigbaarheid
    • Boek 2 BW

    Een N.V. vorderde van haar voormalige statutair directeur terugbetaling van aanvullende vergoedingen voor invalwerkzaamheden in een andere, afzonderlijke functie. De A-G concludeert dat de Imeko-regel, dat de beloning van bestuurders door het wettelijk of statutair aangewezen orgaan moet worden vastgesteld, niet geldt voor een duidelijk van het bestuurderschap afgesplitste functie. Daarvoor gelden de gewone vertegenwoordigingsregels, zodat de medebestuurder bevoegd was. Het beroep op tegenstrijdig belang was onvoldoende geconcretiseerd. De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

    ECLI:NL:PHR:2020:290

  • Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 27 maart 2020

    Faillissement, ontbinding en ophouden te bestaan van rechtspersoon; ontvankelijkheid tegen DNB

    • Ontbinding, vereffening en turboliquidatie
    • Vereniging, stichting en coöperatie
    • Boek 2 BW

    Een gefailleerde stichting en haar oprichter stelden de toezichthouder aansprakelijk; het hof verklaarde de stichting niet-ontvankelijk omdat zij na faillissement was ontbonden en had opgehouden te bestaan. De A-G concludeert dat een rechtspersoon bij het uitblijven van een akkoord van rechtswege insolvent wordt, ontbonden wordt (artikel 2:19 lid 1 onder c BW) en ophoudt te bestaan met het verbindend worden van de slotuitdelingslijst (artikel 2:19 lid 6 BW). Rehabilitatie laat een niet meer bestaande rechtspersoon niet herleven. De vorderingen van de oprichter in persoon stranden op onvoldoende onderbouwing van een eigen zorgvuldigheidsnorm.

    ECLI:NL:PHR:2020:357

  • Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 27 maart 2020

    Verjaring vordering op in faillissement ontbonden en opgehouden rechtspersoon: verlengingsgrond ex artikel 2:23c lid 2 BW

    • Ontbinding, vereffening en turboliquidatie
    • Boek 2 BW

    De zaak gaat over een borg die zich beroept op verjaring van de hoofdvordering op een houdstermaatschappij die na faillissement is ontbonden en opgehouden te bestaan. De A-G acht de redenering van het hof op basis van de Faillissementswet onjuist en past in plaats daarvan artikel 2:23c lid 2 BW toe: gedurende het opgehouden zijn te bestaan van de rechtspersoon geldt een verlengingsgrond voor de verjaring. Dat leidt tot dezelfde uitkomst en tot verwerping van het cassatieberoep.

    ECLI:NL:PHR:2020:391