Week 15
Week 15 · 12 apr – 18 apr 2010 · 4 uitspraken
Boek 2 BW (4)
Afwaardering vordering op failliete debiteur in jaarrekening; artikel 2:362 lid 6 en 2:384 lid 2 BW
- Jaarrekening
- Boek 2 BW
Een aandeelhoudster wilde de jaarrekening over 2001 van de vennootschap laten wijzigen omdat een vordering op een failliete debiteur tot nihil had moeten worden afgewaardeerd. De OK wees dit af omdat verhaal op de bestuurder van de debiteur niet was uitgesloten. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep: artikel 2:362 lid 6 BW en het voorzichtigheidsbeginsel van artikel 2:384 lid 2 BW zijn niet geschonden.
ECLI:NL:HR:2010:BL5416
Enquête: cassatieberoep tegen opheffing voorlopige voorziening verworpen (artikel 81 RO)
- Enquêterecht
- Boek 2 BW
Een stichting stelde cassatieberoep in tegen een beschikking van de OK in een enquêteprocedure, waarin een voorlopige voorziening was opgeheven en de vraag speelde of sprake was van een tegenstrijdig belang van bestuurders (artikel 2:256 BW). De Hoge Raad verwerpt het beroep met toepassing van artikel 81 RO, zonder nadere motivering.
ECLI:NL:HR:2010:BL6182
Jaarrekening: afwaardering vordering na faillissement debiteur en gebeurtenissen na vaststelling
- Jaarrekening
- Boek 2 BW
In deze conclusie gaat het om een aandeelhouder die de OK vroeg een jaarrekening te laten wijzigen door een vordering op een failliete debiteur af te waarderen tot nihil. De A-G bespreekt hoe gebeurtenissen na de balansdatum in de jaarrekening verwerkt moeten worden en geeft invulling aan het voorzichtigheidsbeginsel van artikel 2:384 lid 2 BW. Hij concludeert tot verwerping van het cassatieberoep.
ECLI:NL:PHR:2010:BL5416
Enquête: voorlopige voorziening tegen ontslag bestuurders en enquêtebevoegdheid personeelsvertegenwoordiging
- Enquêterecht
- Besluitvorming en vernietigbaarheid
- Boek 2 BW
In cassatie tegen een beschikking van de OK in een enquêteprocedure staat de vraag centraal of een voorlopige voorziening mocht worden getroffen die de AVA verbood de bestuurders te ontslaan. Ook speelt of een aan de personeelsvertegenwoordiging bij overeenkomst toegekende enquêtebevoegdheid geldig is, en of een enquête zich kan uitstrekken over de periode na het verzoek. De A-G concludeert tot verwerping van het cassatieberoep.
ECLI:NL:PHR:2010:BL6182